De Waddenzee is uniek. Het is het grootste getijdengebied ter wereld. Een leefgebied en onmisbare tussenstop voor vogels, vissen, onderwaterdieren, planten en zeehonden. Én een uniek natuurgebied om in te recreëren, te werken en natuurlijk om te wonen.
Het Waddengebied
De Waddenzee vormt samen met de kwelders, de Noordzeekust, de bewoonde eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en de onbewoonde eilanden en zandplaten, zoals Richel, Griend en Rottumerplaat 1 geheel: het Waddengebied. De internationale Waddenzee loopt nog verder, via Duitsland naar Denemarken.
De Waddenzee staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst , is een Natura 2000-gebied en werd door het Nederlandse publiek uitgeroepen tot het mooiste natuurgebied in Nederland. Daarnaast dient de Waddenzee ook als scheepvaartroute en voor visserij.
Waddenzee altijd in beweging
grote hoeveelheden water nemen 2 keer per dag zand en slib mee de Waddenzee in
Het wad is altijd in beweging. Enorme hoeveelheden water persen zich 2 keer per dag met eb en vloed door de zeegaten tussen de Waddeneilanden. Met het water verplaatsen zand en slib (sediment) zich en worden geulen, platen, kwelders en de eilandkusten gevormd.
Grote delen van de slib- en zandbanken vallen met laagwater droog. Deze droogvallende wadplaten zijn rijk aan bodemleven en vogels vinden er veel voedsel en kunnen er rusten. Bij hoogwater lopen veel wadplaten weer onder en zijn ze juist een voedselbodem- en opgroeiplek voor vissen, krabben en garnalen.
Beheer van de Waddenzee
We beheren en beschermt, samen met overheden, gebiedsbeheerders, hulpdiensten en maatschappelijke organisaties de Waddenzee. Als water-, kust- en natuurbeheerder willen we dat de natuurlijke dynamiek van getij, wind en golven zoveel mogelijk vrij spel heeft. En dat de levende natuur zich rijk kan ontwikkelen:
- We nemen maatregelen voor een goede waterkwaliteit (KRW).
- We coördineren Natura 2000-beheerplan Waddenzee en Noordzeekustzone en voeren maatregelen uit die daarbij horen, of laten die uitvoeren. Meer informatie hierover vind je op de website Natura2000 .
- We beschermen de kwelders voor de vastelandskust (met rijshoutendammen).
- Elke 6 jaar brengen we de vegetatie van deze kwelders in kaart.
- We investeren de komende jaren ruim € 60 miljoen in meer geleidelijke overgangen tussen zoet en zout in het Waddengebied. Dit is goed voor de vegetatie, vogels en vissen. De maatregelen vallen onder de zogenaamde Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW).
Daarnaast zorgen we voor bereikbaarheid en bescherming van de Waddeneilanden. We onderhouden (baggeren) de vaargeulen en veerinrichtingen en begeleiden de scheepvaart vanuit de vuurtorens op Terschelling en Schiermonnikoog. Ook beschermen we de eilanden tegen de zee door op en voor de kust zand aan te brengen (suppleren) en bij calamiteiten in dit kwetsbare gebied, zoals een olieramp, bestrijden we de verontreiniging
Waddenzee behouden voor de toekomst
Om de Waddenzee voor de toekomst te behouden, hebben we inzicht nodig in hoe het watersysteem zich gedraagt en zal ontwikkelen. Ook met het oog op de zeespiegelstijging. Door monitoring brengen we de toestand van het gebied in kaart. Ook laten we regelmatig wetenschappelijk onderzoek doen en stimuleren we het uitwisselen van onderzoeksgegevens met andere beheerders.
Natuurlijke processen Waddenzee
De Waddenzee is een dynamische omgeving, waarin het landschap steeds verandert door getij, stroming en wind. Hierdoor ontstaan geulen, platen, kwelders en de eilandkusten.
Tweemaal per dag stroomt water vanuit de Noordzee door de zeegaten tussen de eilanden de Waddenzee in (vloed) en uit (eb). Het gedeelte van het wad dat van water wordt voorzien vanuit 1 zeegat, heet een komberging.
Bij vloed neemt het water, zand en slib van de eilandkusten-, de Noordzee- en buitendelta (de relatief ondiepe gebieden tussen Waddeneilanden) via de geulen mee. Tijdens eb worden zand en slib weer deels mee naar buiten genomen.
Transport van zand en slib
Door getij en wind verplaatsen zand en slib door het wad. Waar het water snel stroomt en veel golfdynamiek is, bijvoorbeeld in de buurt van zeegaten, blijven de grovere zandkorrels achter.
Waar het rustig stroomt, zinken ook de fijne slibdeeltjes naar de bodem, bijvoorbeeld in het wantij. Onder elk eiland ligt een wantij. Dit is de plek waar de getijdenstromen via de zeegaten aan weerszijden van een eiland bij vloed bij elkaar komen. Omdat slib er door de weinige stroming bezinkt, is de zone er ondiep en worden wadplaten hier hoger.
Geulen en platen
Op plekken waar het zand en slib in het wad achterblijven, ontstaan bochten in de geulen. Op plekken waar bochten ontstaan, schuurt het water de bochten verder uit en gaat de zee sneller stromen.
In de binnenbochten stroomt het water minder hard, waardoor daar zand en slib naar de bodem zakken en de zee ondieper wordt. Zo verplaatsen geulen zich langzaam, maar continu, door het wad. Op plekken waar eb- en vloedstromen elkaar ontmoeten, splitsen geulen zich vaak. Zo ontstaat een complex en veranderlijk systeem van geulen en platen.
Minder ruimte voor de Waddenzee
in 1969 werd de Lauwerszee afgesloten en heet sindsdien Lauwersmeer
Het volume van de komberging van de Waddenzee, de omvang van de buitendelta in de Noordzee, de verhouding tussen platen en geulen en de stroomsnelheid in geulen hangen met elkaar samen. Elke verandering leidt tot een aanpassing in het evenwicht.
De mens heeft de Waddenzee sterk beïnvloed. Bijvoorbeeld door de afsluiting van de Lauwerszee, de aanleg van dijken langs de Friese kust en de bouw van de Afsluitdijk. Hiervoor had het water meer ruimte: het kon vanuit de Noordzee verder stromen, de toenmalige Zuiderzee en Lauwerszee in. Bij hogere waterstanden kwam een groot deel van het huidige Noord-Nederland onder water te staan.
Door menselijk handelen stroomt er per getij minder water door de geulen van de Waddenzee
Ook legden mensen eeuwenlang kwelderwerken aan als landaanwinning. Kwelders zijn te vinden op de grens van land en zee. Het zijn begroeide, buitendijks gelegen, zoute of brakke gebieden die bij laagwater droog liggen en bij hoogwater kunnen overstromen.
In de loop der tijd verzamelde er zich steeds meer slib uit het water. De kwelders groeiden hoger en breidden zich zeewaarts uit. Het hoger worden van bijvoorbeeld platen en kwelders door slib noemen we verlanding. Dit proces is nog altijd gaande.
Hierdoor heeft het water van de Waddenzee steeds minder ruimte gekregen en is de Waddenzee kleiner geworden. Het zorgt ervoor dat er per getij minder water door de vaargeulen stroomt. De geulen verleggen zich en worden smaller en ondieper.
Sedimenthonger: ophoging van de Waddenzee
Door het menselijk ingrijpen wil de Waddenzee zichzelf ophogen. De Waddenzee heeft dus behoefte aan sediment (zand en slib): oftewel sedimenthonger. Met vloed brengt de Waddenzee daarom meer zand en slib mee naar binnen dan de zee met eb weer afvoert.
Dit proces is zo sterk, dat dit de komende decennia nog de zeespiegelstijging overtreft. De Waddenzee blijft dus verlanden de komende periode. Vooral in het oostelijke deel geeft dit problemen voor de vaargeulen richting Ameland en Schiermonnikoog.
Vervuiling Waddenzee
https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/beheer-en-ontwikkeling-rijkswateren/waddenzee