Omgevingswet (2024)

Kerninstrumenten Omgevingswet

Programma’s Omgevingswet voor water

Een programma is een instrument om beleid uit de Omgevingsvisie te operationaliseren. Gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk werken in programma’s het te voeren beleid uit. Hier vindt u een overzicht van alle waterprogramma’s.

Verplichte programma’s

De Omgevingswet: wat zijn de raakvlakken met drinkwater?

15 september 2023

De Omgevingswet geldt vanaf 1 januari 2024. Hoewel de Drinkwaterwet niet in de wet is opgenomen, is de Omgevingswet wel belangrijk voor de drinkwatersector. Hoe zorgt de wet ervoor dat drinkwaterbelangen worden gewaarborgd? Met name op het gebied van lozingen?

De Omgevingswet:

  • Bundelt 26 losse wetten waaronder de Waterwet maar niet de Drinkwaterwet
  • Maakt een einde aan tegenstrijdige wetgeving
  • Biedt gemeenten houvast voor omgevingsplannen
  • Zorgt voor decentrale regeling van veel lozingen en dat baart de drinkwatersector zorgen

Houvast voor omgevingsplannen

De Omgevingswet bundelt 26 wetten die betrekking hebben op de openbare ruimte en de ondergrond. De wet moet gemeenten houvast bieden bij het opstellen van een omgevingsvisie en het maken van de uiteindelijke omgevingsplannen, bijvoorbeeld de aanleg van een windmolenpark, ondergrondse werkzaamheden of de komst van een bedrijventerrein. Het samenvoegen van verschillende wetten, zoals de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming, moet de opstart van zulke projecten eenvoudiger maken en maakt bovendien een einde aan wetgeving die elkaar tegenspreekt. Het gaat om de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving.

Het gaat om de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving

Waterwet  is opgenomen in Omgevingswet

Een wet die ook is opgenomen in de Omgevingswet, is de Waterwet. Die wet regelde op basis van de Europese Kaderrichtlijn (KRW) en de Grondwaterrichtlijn (GWR) het beheer van grond- en oppervlaktewater. Daarnaast zorgde de Waterwet voor een goede samenhang tussen ruimtelijke ordening en het waterbeleid van de overheid en extra bescherming in waterwingebieden. Dat is hetzelfde gebleven in de Omgevingswet, alleen zijn die regels nu gecombineerd met andere wetgeving over onder meer milieu, infrastructuur en bodem.

Een grote uitdaging ligt in het decentraliseren van veel lozingsvergunningen

Zorgen over inrichting regels lozingen

Een belangrijke uitdaging ten aanzien van de Omgevingswet ligt in de regelgeving over lozingen. Voorheen bepaalde het Rijk dit nog. Met de komst van de Omgevingswet is dit voor veel lozingen decentraal geregeld. Het Rijk gaat alleen nog over lozingen voor de meest milieubelastende activiteiten, zoals afvalwater van de chemische industrie. Dat gebeurt via het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Voor de overige lozingen kunnen gemeenten en waterschappen zelf regels opstellen en bepalen of ergens een vergunning voor nodig is. Dit nemen ze op in een omgevingsplan of waterschapsverordening.

Te weinig kennis en capaciteit?

De drinkwatersector is bezorgd over de inrichting van de lozingsregels. Met name omdat gemeenten vaak niet over voldoende kennis beschikking om de juiste regels op te stellen voor bescherming van de waterkwaliteit. Ook is de drinkwatersector bang dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar is om de algemene regels en vergunningen te handhaven. Dit geldt niet alleen voor het bevoegd gezag, maar ook voor de drinkwaterbedrijven zelf. Zij moeten voortdurend checken of er geen risicovolle ontheffingen zijn verleend en of er wel voldoende toezicht is.

Drinkwaterwet blijft apart bestaan

Een wet die ondanks de introductie van de Omgevingswet wel afzonderlijk blijft bestaan, is de Drinkwaterwet. Die wet beschrijft de zorgplicht van de overheid en de leveringsplicht die drinkwaterbedrijven hebben en de kwaliteitseisen waar kraanwater aan moet voldoen. Die scheiding heeft te maken met het maatschappelijk belang van drinkwater. Dat belang is zo groot dat het niet moet worden verankerd in een algemene wet.

STAALKAART
Drinkwater in het omgevingsplan (2023)

file:///C:/Users/niels/Downloads/BW-versie%20Staalkaart%20omgevingswet%20-%20Vewin.pdf

De Drinkwaterwet (art. 2), de Kaderrichtlijn Water (art. 7 en 11) en de Omgevingswet (art. 2.1)
leggen bij overheden de zorg neer voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. De zorgplicht is daarmee een gezamenlijke opgave. Alle overheden moeten de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening als groot openbaar belang meenemen bij hun taken en bevoegdheden. Bij het toestaan van activiteiten is een gedegen motivatie en afweging van belangen essentieel. Daarbij is het goed te realiseren dat vervuiling van het grond- en oppervlaktewater niet alleen grote gevolgen kan hebben voor mens en natuur maar ook voor de bedrijfsvoering van een drinkwaterbedrijf.

Onder de Omgevingswet maken gemeenten omgevingsplannen. Deze plannen hebben een brede reikwijdte en gaan over alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben voor de leefomgeving. Deze plannen zijn gericht op functies van locaties en geven de ruimte aan voor initiatieven. Omgevingsplannen zijn de opvolgers van bestemmingsplannen en diverse verordeningen van de gemeenten. Deze plannen zijn tevens gebaseerd op landelijke en provinciale (instructie)regels.

De drinkwaterbedrijven hebben de doelstelling om te zorgen voor een veilige, betrouwbare en
duurzame winning, productie en distributie van drinkwater, tegen de laagst maatschappelijke kosten, met inachtneming van de leefomgeving. De drinkwaterbedrijven moeten daarbij voldoen aan de regels uit onder meer de Drinkwaterwet, het Drinkwaterbesluit en NEN-normen. Om deze doelstelling waar te kunnen (blijven) maken, moet het omgevingsplan rekening houden met:

  1. Het behouden en creëren van ruimte voor de drinkwater infrastructuur, nu en in de toekomst.
  2. Het beschermen van de drinkwater- infrastructuur tegen activiteiten in de nabijheid van die infrastructuur en die daar een bedreiging voor (kunnen) vormen.
  3. Het waarborgen van de omgevingskwaliteit – in het bijzonder de bescherming van de drinkwaterbronnen – ten behoeve van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Dit geldt voor de bestaande infrastructuur, aanpassingen daarvan en voor nieuw aan te leggen infrastructuur.

Drinkwaterbedrijven bieden met deze staalkaart aan gemeenten een hulpmiddel om de drinkwaterbelangen in het omgevingsplan te borgen. De staalkaart biedt kant-en-klare regels, die gemeenten in hun omgevingsplan kunnen opnemen. Bovendien heeft elk drinkwaterbedrijf een of meerdere omgevingsmanagers in dienst die graag vroegtijdig met uw gemeente meedenken.

Gebiedsdossiers

De duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening geldt als dwingende reden van groot openbaar belang. Daarom worden bronnen voor de drinkwatervoorziening ruimtelijk beschermd. Dat betekent dat niet alle activiteiten zijn toegestaan in beschermingsgebieden voor de drinkwatervoorziening. Voor alle bronnen, zowel uit grondwater als uit oppervlaktewater, bestaan er gebiedsdossiers (soms rivierdossiers genoemd) met bijbehorende uitvoeringsprogramma’s om de waterkwaliteit van de bronnen voor drinkwater te verbeteren. In deze dossiers zijn feitelijke kenmerken van de winning en de problemen en risico’s voor drinkwaterwinningen in beeld gebracht. In de uitvoeringsprogramma’s hebben partijen afspraken gemaakt over de maatregelen waarmee de problemen en risico’s uit het gebiedsdossier worden aangepakt.

GRONDWATER

Ongeveer 60% van het Nederlandse drinkwater wordt gemaakt uit grondwater. Dit water wordt
op enkele tientallen tot enkele honderden meters onder maaiveld gewonnen. Daarna wordt het door ondergrondse transportleidingen naar een zuivering getransporteerd waar het met diverse zuiveringsstappen wordt opgewerkt tot drinkwaterkwaliteit. Grondwater is de meest schone bron voor drinkwater, omdat het mogelijk nog vrij is van menselijke invloeden en beschermd ligt onder kleilagen.

De zogenoemde grondwaterbeschermingsgebieden* bieden ruimtelijke bescherming aan de bronnen voor drinkwater. Deze bescherming is vastgelegd in provinciale omgevingsverordeningen. Er bestaan vier verschillende soorten grondwaterbeschermingsgebieden:

  1. Waterwingebied: dit is de zone waar de putten zijn, waarmee grondwater wordt onttrokken.
    Hier gelden de meeste restricties voor activiteiten.
  2. Grondwaterbeschermingsgebied: deze zone ligt om het waterwingebied heen. Ook hier gelden bepaalde beperkingen.
  3. Boringsvrije zone: ook deze zone ligt om het waterwingebied heen, hier gelden beperkingen ten aanzien van het boren in de bodem
  4. Intrekgebied: dit is een groter gebied, vaak ook aangeduid als 100-jaarszone of 100 jaarsaandachtsgebied. Elke druppel die in deze zone valt, belandt binnen 100 jaar in de waterwinning.

De kwaliteit van de bodem is van invloed op de kwaliteit van het grondwater. Daarom is, naast bescherming in de hierboven benoemde drinkwaterzones, adequate bescherming van debodem van belang. Dit is geregeld via de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) en het Activiteitenbesluit (art. 2.9). In de NRB staan voorzieningen en maatregelen om te zorgen dat een project een verwaarloosbaar bodemrisico heeft.

OPPERVLAKTEWATER
De overige 40% van Nederland krijgt drinkwater gemaakt uit oppervlaktewater. Grote bronnen zijn de Rijn, de Maas en het IJsselmeer. Dit water wordt op innamepunten ingenomen en met transportleidingen naar een zuivering getransporteerd. Voor oppervlaktewater is over het algemeen een uitgebreidere zuivering nodig vergeleken met grondwater. Dit is omdat de waterkwaliteit van oppervlaktewater door meerdere factoren (veelal van menselijke afkomst) beïnvloed wordt.

Aanvullende Strategische reserves

Elke provincie heeft aanvullende strategische voorraden aangewezen (ASV). Dit zijn ruimtelijke reserveringen voor de drinkwatervoorziening in de toekomst. Afhankelijk per provincie is dit
beschermingsbeleid nu al van toepassing of in voorbereiding. Wanneer de reserveringen vastgesteld zijn, zijn deze te vinden in de provinciale omgevingsverordeningen. Een landelijk overzicht van ASV’s is te vinden in de Eindrapportage verkenning robuuste
drinkwatervoorziening: link. https://drinkwaterverkenning.ireport.royalhaskoningdhv.com/asvs

Het Rijk heeft nationale grondwaterreserves aangewezen (NGR). Hier kan in de toekomst beschermingsbeleid gelden. Bekijk deze reserveringen hier: link. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/12/24/bescherming-nationale-grondwater-reserves

TRANSPORT-, DISTRIBUTIE- EN AANSLUITLEIDINGEN

Drinkwaterbedrijven hebben doorgaans ruwwater-, transport-, distributie- en aansluitleidingen in de ondiepe ondergrond liggen. Ruwwaterleidingen verplaatsen het ruwwater, gewonnen uit de bron, naar de zuivering.

Transportleidingen verplaatsen het drinkwater van de zuivering naar de steden, dorpen en bedrijventerreinen. De distributieleidingen verdelen het drinkwater binnen de steden, dorpen en bedrijventerreinen. Aansluitleidingen overbruggen het laatste stukje, deze sluiten woningen en gebouwen aan op het distributienet. Als infrastructuurbeheerder hebben drinkwaterbedrijven een groot belang in de ondergrond. Strategisch belangrijke leidingen dienen daarom te worden opgenomen in het omgevingsplan om ze planologisch te beschermen tegen nieuwe ontwikkelingen en de drinkwatervoorziening zeker te stellen. Bij het ontwerp van een nieuw omgevingsplan is het betrekken van het drinkwaterbedrijf daarom belangrijk, zo wordt essentiële infrastructuur planologisch verankerd en wordt voldaan aan de zorgplicht. Daarnaast stimuleren we op deze manier een duurzame ligging van deze leidingen. Veiligheid bij een mogelijk falen van drinkwaterleidingen verdient aandacht in het omgevingsplan. Als gevolg van falen van drinkwaterinfrastructuur kan schade ontstaan Herstelwerkzaamheden dienen veilig uitgevoerd te kunnen worden. Beschermingsmaatregelen van drinkwaterleidingen en voldoende afstand van andere onder- en bovengrondse infrastructuur zijn daarom van belang.

De zorgplicht voor drinkwater beperkt zich niet tot de bescherming van drinkwaterbronnen, maar gaat ook over de boven- en ondergrondse infrastructuur die nodig is voor de distributie en levering van drinkwater. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet de duurzame veiligstelling van ondergrondse drinkwaterinfrastructuur worden gewaarborgd maar ook de veiligheid voor de omgeving door de interactie van drinkwaterleidingen met andere bovengrondse en ondergrondse infrastructuur (waterkeringen, snelwegen, gas- en warmteleidingen, elektriciteitskabels, brandstofleidingen) is van belang.

Mede door de energietransitie – de aanleg van warmtenetten en verzwaring van elektriciteitsnetten – en de woningbouwopgave is er sprake van toenemende drukte in de bodem. Dit heeft impact op de drinkwaterinfrastructuur en vraagt dus om voldoende ruimtereservering in de planvorming, zowel voor bestaande als nieuwe situaties.

Op dit moment zorgen klimaatverandering, de energietransitie, verstedelijking en verdichting voor een nieuwe dynamiek in de ondergrond door de grote ruimteclaims en herinrichtingen die met deze transities gepaard gaan. Niet overal zal voldoende ruimte zijn voor netuitbreidingen of het aanleggen van nieuwe infrastructuur zoals warmtenetten. Bij zulke werkzaamheden is vaak een herinrichting van bestaande infra nodig. Bij het vervroegd vervangen of verplaatsen van leidingen wordt maatschappelijk kapitaal
vernietigd; logischerwijs moet dit zo veel mogelijk voorkomen worden. Door vroegtijdige participatie kan in gezamenlijkheid naar betere oplossingen gezocht worden die een beperkt ruimtegebruik kennen.

Een combinatie van bovengenoemde ontwikkelingen zorgt ook voor meer opwarming boven en onder de grond. Opwarming van leidingwater kan hiervan een gevolg zijn. Volgens het Drinkwaterbesluit moeten drinkwaterbedrijven drinkwater leveren met een temperatuur van maximaal 25 graden Celsius. Een hogere temperatuur kan voor meer microbiologische activiteit in de leidingen zorgen, wat een gevaar voor de volksgezondheid kan vormen. De voorbeeldregels in de bijlage bevatten een tabel met de minimale afstanden tussen warmtebronnen en leidingen. Deze worden geüpdatet in deze staalkaart wanneer nieuwe normeringen beschikbaar zijn. Normering over (wederzijdse) beïnvloeding van midden en hoogspanningskabels met andere kabels en leidingen staan benoemd in NEN7171 en NEN3654.

De taak aan gemeenten is om bij besluitvorming over de uitrol van energienetten te zorgen dat d ruimtelijke impact op bestaande drinkwaterinfrastructuur integraal wordt meegewogen, en dat de totale maatschappelijke kosten-baten in beeld worden gebracht. Zie de voorbeeldregels voor manieren waarop dit geborgd kan worden.

Kabels

De drinkwaterbedrijven beschikken in het kader van de leveringszekerheid van drinkwater over een (soms eigen) netwerk van glasvezelverbindingen. Het is van belang dat dit netwerk veilig en betrouwbaar is. Om dit belang te borgen moet het omgevingsplan rekening houden met het behouden en creëren van ruimte voor dit netwerk. Er is ruimte rondom het netwerk nodig vanwege veiligheid en bereikbaarheid van de leidingen, daarom is het van belang om in de nabijheid van het netwerk voldoende fysieke ruimte vrij te houden en om dit vast te leggen in het omgevingsplan. Verder dient het kabelnetwerk beschermd te worden tegen activiteiten in de nabijheid van die netten die daar een bedreiging voor (kunnen) vormen zoals aanleg- en graafactiviteiten. Maar ook het aanbrengen en rooien van beplanting en bomen met diepe wortels. Bescherming tegen bedreigende activiteiten gebeurt bijvoorbeeld door in het omgevingsplan vast te leggen welke minimale afstand er geldt tussen onderdelen van het netwerk en andere activiteiten

NATUUR

Natuur en water zijn in Nederland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen is er veel watergebonden (“natte”) natuur, ook is natuur sterk afhankelijk van water met een goede kwaliteit. Tegelijkertijd vormt natuur de beste bescherming voor drinkwaterbronnen. Daarom zetten drinkwaterbedrijven zich in om natuur te behouden en onderhouden rondom winningen.

Bodem en groen kunnen veel vervuiling tegenhouden of zuiveren, het water voor de drinkwatervoorziening wordt gefilterd door de natuur. Hoe schoner de bodem, hoe schoner het drinkwater. De drinkwaterbedrijven zijn zuinig op de natuur en zetten alles op alles om de drinkwaterbronnen te beschermen, te blijven ontwikkelen en te optimaliseren voor de toekomst.
Drinkwaterbedrijven beheren zo’n 23.000 hectare natuurgebied. Belangrijke factoren die invloed hebben op de toestand en de ontwikkeling van de natuur zijn verdroging, verzuring, verzilting, recreatiedruk, milieugevaarlijke stoffen en klimaatverandering.

NATUUR ALS BARRIÈRE EN ZUIVERINGSSTAP

In het midden, noorden en oosten van Nederland wordt vaak grondwater gebruikt als bron voor drinkwater. In grote delen van het westen van Nederland is dat niet wenselijk, want van natuureis grondwater aan de kust te zout. Onder de duinen is het grondwater wél zoet. Jaarlijks zuiveren de duinen op natuurlijke wijze water. De drinkwaterbedrijven infiltreren voorgezuiverd rivierwater in het duingebied, om het vervolgens weer op te pompen voor verdere zuivering. Biodiversiteit – de diversiteit aan zowel habitatten en soorten planten en dieren – ligt ten grondslag aan robuuste natuur. Om biodiversiteit zo goed mogelijk te beschermen in het duingebied moeten actief maatregelen worden genomen. Daarom is het van belang om de bescherming van de natuur ook vast te leggen in het omgevingsplan en gelijk aan de verwachtte stijging van de bevolking in deze gemeenten voldoende groene recreatiegebieden te ontwikkelen die de natuurgebieden verbinden en de recreatiedruk in de huidige natuurgebieden kunnen opvangen. Oppervlaktewateren zoals spaarbekkens en rivieren vervullen ook habitatten van talloze waterdieren, planten en vogels. Een rijk ecosysteem is een teken van gezond, relatief schoon water.

  • Provinciale omgevingsvisies (POVI)
  • Nationale omgevingsvisie (NOVI)
  • Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX)
  • Informatiepunt Leefomgeving: Website waar vinformatie over de Omgevingswet te vinden is
  • (van het Rijk)
  • Provinciale omgevingsverordeningen
  • Programma’s onder de Omgevingswet, waaronder bodem- en waterprogramma’s
  • Vewin (Vereniging van waterbedrijven in Nederland)
  • Drinkwaterplatform (kennisplatform over de drinkwatervoorziening in Nederland)
  • RIVM
  • Kaderrichtlijn Water (KRW)
  • Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB)
  • Vewin: warmtenetten en drinkwater
  • Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: plan van de overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen te beperken
  • Brabant Water: Richtlijn ligging drinkwaterleidingen