NOVEX

Meer Rijksregie op de ruimtelijke ordening met de Nationale Omgevingsvisie Extra

6 juli 2022

Op 6 juli heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) 2 programma’s gelanceerd: de Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) en Mooi Nederland. Het doel van de 2 programma’s is om te komen tot samenhang in de uitvoering van de nationale omgevingsvisie. De waterschappen zijn blij dat de minister hiermee de regie neemt op de ruimtelijke ordening. De Unie van Waterschappen heeft daar ook voor gepleit. Net als voor het sturend zijn van water en bodem. Ook dat principe komt in de programma’s terug.

De NOVEX kent twee hoofdpijlers: regie per provincie en gebiedsgerichte regie in NOVEX-gebieden. Het programma bevat onder meer spelregels voor samenwerking tussen overheden. Mooi Nederland geeft meer invulling aan de samenhang tussen opgaven. Dit programma moet borgen dat een mooi eindresultaat wordt bereikt. Dat doet het door belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde centraal te stellen bij de inrichting van ons land. Beide programma’s onderstrepen dat water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke inrichting.

Programma NOVEX

Er komen veel opgaven op ons af. Denk aan klimaat, water, stikstof, woningbouw, natuur en biodiversiteit,. De druk op de ruimte is groot. Voor de opgaven zijn er aparte nationale programma’s, zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), woningbouw, de Regionale Energiestrategie (RES). Het programma NOVEX verbindt de ruim 20 nationale programma’s en geeft aan hoe het Rijk regie voert op de ruimte. Het Rijk wil dat doen op basis van een goede interbestuurlijke samenwerking. Dat moet leiden tot een gedeeld beeld van de opgaven, heldere voorwaarden en concrete uitvoeringsafspraken.

Rol provincies

In oktober legt het Rijk bij iedere provincie een ‘startpakket’ neer. Daarin kunnen de provincies de nationale doelen inpassen en combineren met de lokale doelen en ambities op het gebied van ruimte. Dat startpakket bevat de doelen, kaders, randvoorwaarden, spelregels en een planning. De provincies gaan hiermee aan de slag en maken een plan. Ook organiseren ze het proces om tot zo’n plan te komen. Daarbij betrekken ze regio’s, gemeentes, waterschappen, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke partijen.

Ruimtelijk arrangement

In oktober 2023 moeten Rijk en provincies samen tot een ruimtelijk arrangement komen. Alle overheden dragen daaraan bij vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De minister van VRO coördineert en voert de ruimtelijke regie per provincie namens het Rijk.

NOVEX-gebieden

Daarnaast is het Rijk intensiever betrokken bij 16 NOVEX-gebieden. Dit zijn gebieden in het landelijk en stedelijk gebied waar meerdere urgente nationale (ruimtelijke) opgaven spelen. Rijk en regio werken hier nauwer samen aan een ontwikkelperspectief voor het gebied en een uitvoerings- en investeringsagenda. Zulke NOVEX-gebieden zijn onder meer De Peel, Arnhem/Nijmegen/Foodvalley, de regio Zwolle, Amsterdam Noordzeekanaalgebied, Het Groene Hart en Zuid-Limburg.

Programma Mooi Nederland

Het is belangrijk om de balans te bewaren tussen het slim omgaan met opgaven die ruimte vragen en de kwaliteit van onze leefomgeving. Daarom geeft het Programma Mooi Nederland handvatten om ruimtelijke kwaliteit mee te nemen in de opgaven. Het programma brengt de samenhang tussen opgaven in kaart en ontwikkelt toekomstperspectieven. Op gebiedsniveau worden handelingsperspectieven ontwikkeld met inrichtingsoplossingen voor ingewikkelde thema’s.

Water en bodem sturend

De programma’s NOVEX en Mooi Nederland moeten er samen voor zorgen dat er snel goede keuzes worden gemaakt, dat opgaven slim worden gecombineerd en dat onze ruimte eerlijk wordt verdeeld. Dat alles met oog voor de ruimtelijke kwaliteit. Beide programma’s benoemen daarbij dat water en bodem sturend zijn voor de ruimtelijke planvorming. De inrichting moet “worden afgestemd op de staat en kwaliteit van de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water”.

Wat vinden de waterschappen?

De Unie van Waterschappen is blij dat de minister van VRO de regie wil pakken op ruimtelijke ordening. Ook is het mooi dat ‘water en bodem sturend’ in beide programma’s terugkomt. Het is belangrijk om daar nader invulling aan te geven. Daarnaast hebben de waterschappen waardering voor het feit dat in het programma Mooi Nederland expliciet aandacht is voor de kwaliteit van de verbouwing van Nederland in de komende jaren, zowel in landelijk als in stedelijk gebied. Het water- en bodemsysteem is daarvoor de basis.

Ruimte voor water

De waterschappen benadrukken dat het belangrijk is dat er bij verbouwing van Nederland ruimte is voor water: klimaatadaptatie, ruimte voor waterveiligheid, ruimte om wateroverlast en droogte te voorkomen. Water heeft de komende decennia ruimte nodig, vanwege zeespiegelstijging, grotere afvoer rivieren, piekbuien en droogte. Het is belangrijk (ver) vooruit te kijken en de langetermijnverwachtingen en -ontwikkelingen mee te nemen bij de inrichting van de ruimte bij de grote verbouwing van Nederland.

Meer informatie over de programma’s

Nationale Omgevingsvisie

Drinkwaterbelang in omgevingsvisies

In de Omgevingswet is bepaald dat het Rijk, provincies en gemeenten ieder afzonderlijk een omgevingsvisie maken. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) formuleert de nationale belangen en de belangrijkste plannen en ambities voor de inrichting van Nederland op de lange termijn. De NOVI zal huidige nationale plannen vervangen, zoals het Nationaal Waterplan waarin het landelijke en regionale strategische waterbeleid ligt vastgelegd. Ontwikkelingen als klimaatverandering, een toenemende druk op de boven- en ondergrondse ruimte en mogelijk een toenemende vraag naar drinkwater hebben effect op de drinkwatervoorziening.

1. Drinkwatervoorziening als nationaal belang

Minister Ollongren heeft aangegeven dat het waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater geldt als nationaal belang wat moet doorwerken in de prioriteiten en keuzes. Niet alleen de Rijksoverheid is verantwoordelijk voor de veiligstelling van de drinkwatervoorziening, dit geldt ook voor andere overheden. Daarom is het essentieel dat overheden bij het opstellen van visies, plannen en programma’s vroegtijdig het drinkwaterbelang meenemen.

Zorg dat de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening uit de NOVI concreet doorwerkt in de prioriteiten en keuzes in de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies, en de waterprogramma’s.

2. Waterbeschikbaarheid leidend bij ruimtelijke inrichting

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering met langere perioden van droogte en laagwater in de rivieren en toenemende kans op hevige buien met wateroverlast. Daarom zijn ook heldere afspraken om de waterbeschikbaarheid te verbeteren noodzakelijk. De drinkwater­bedrijven zijn van mening dat waterbeschikbaarheid leidend moet zijn bij ruimtelijke inrichting en land­gebruik. De volgende drie aspecten in de voorkeursvolgorde zijn gelijkwaardig aan elkaar en zullen via regionaal maatwerk evenwichtig afgewogen moeten worden: beter vasthouden van water, zuinig zijn met water en water slimmer verdelen.

Neem waterbeschikbaarheid als uitgangspunt bij de ruimtelijke inrichting en landgebruik.

Gebruik bij de regionale uitwerking van de waterbeschikbaarheid de aspecten Water vasthouden, zuinig zijn met water en water verdelen als gelijkwaardig.

Voor de uitwerking van de vier prioriteiten in de NOVI geven wij de volgende punten mee:

Prioriteit 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Structuurvisie Ondergrond
Circa 60% van ons drinkwater wordt gemaakt van grondwater. Ook in de ondergrond doet het vraag­stuk van verdeling van de schaarse ruimte zich voor en moet onderzocht worden hoe de verschillende functies gecombineerd kunnen worden. In gebieden waar de functies niet samengaan, zijn ruimtelijke keuzes noodzakelijk. Het Rijk heeft in de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) aan provincies en drinkwaterbedrijven gevraagd om Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s) aan te wijzen en daar­voor het beschermingsbeleid i.r.t. mijnbouw te formuleren. Het Rijk zal daarin volgend zal zijn. Functiescheiding is voor Vewin het uitgangspunt: niet boren in of onder de ASV’s.

Neem functiescheiding tussen drinkwatervoorziening en geothermie als uitgangspunt in relatie tot ASV’s.

Internationale inzet voor waterbeschikbaarheid
De Maas en de Rijn vormen een essentiële bron voor de drinkwatervoorziening in Nederland. Onze buurlanden, zoals Duitsland en België, buigen zich ook over waterbeschikbaarheid en voorkomen moet worden dat maatregelen in deze landen bij ons tot problemen leiden. De constante aanvoer van het water staat door verschillende ontwikkelingen bovenstrooms zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin onder druk. Lagere afvoeren leiden bovendien tot hogere concentraties verontreiniging.

Focus de internationale inzet op de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit als bron voor de drinkwaterproductie.

Prioriteit 2. Duurzaam economisch groeipotentieel

Voldoende en schoon oppervlaktewater voor de drinkwatervoorziening
Bij economische groei hoort ook het zoveel mogelijk terugdringen van schadelijke emissies naar het milieu. Voor oppervlaktewater als bron voor drinkwater zijn emissies van opkomende stoffen uit bij­voorbeeld de industrie een bedreiging. Bij vergunningverlening en handhaving moet de impact van een industriële activiteit op drinkwaterbronnen meegewogen worden.

Neem in de uitwerking van de NOVI, naast grondwater, ook het belang op van voldoende beschikbaarheid van oppervlaktewater voor de drinkwatervoorziening.

Prioriteit 3. Sterke en gezonde steden en regio’s

Bescherming infrastructuur
De economische en sociaal-maatschappelijk waarde van water groeit en wordt bepalender voor hoe we wonen en werken. De publieke drinkwatersector heeft de wettelijke taak om iedereen die daarom verzoekt een redelijk aanbod te doen voor aansluiting op de openbare drinkwatervoorziening (Drink­waterwet art. 8). In dat verband heeft zij tot taak het tot stand brengen en in stand houden van de infrastructuur voor de productie en distributie van drinkwater. Tegenover deze belangrijke publieke opdracht voor drinkwaterbedrijven moeten rechten en waarborgen staan om daar op een goede en kostenefficiënte wijze aan te kunnen voldoen. De drinkwatersector is aangemerkt als topvitaal. Het is daarom van belang om in de uitwerking van de NOVI in de Provinciale en gemeentelijke omgevingsplannen en verordeningen op te nemen dat voldoende ruimte onder- en bovengronds nodig is voor aanleg, beheer en vervanging van leidingen en het geven van (ruimtelijke) bescherming aan (essentiële) drinkwaterleidingen.

Veranker bescherming van de topvitale infrastructuur voor drinkwatervoorziening in regionale omgevingsvisies en verordeningen.

Prioriteit 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Waterkwaliteitsknelpunten vanuit de landbouw
Een belangrijke bedreiging voor de drinkwaterbronnen vormen bestrijdingsmiddelen en meststoffen uit de landbouw. In de NOVI wordt gesteld dat de land- en tuinbouw op zodanige wijze gaat werken dat er nagenoeg geen emissies naar het milieu meer zullen plaatsvinden. Ook staat er dat in gebieden waar de druk vanuit de landbouw op de omgeving, zoals de drinkwatervoorziening, te hoog is, deze druk door gerichte inzet wordt verminderd. Vewin is blij met deze inzet van de minister. De NOVI spreekt echter van een primaire regierol bij decentrale overheden. Vewin benadrukt dat voor de waterkwaliteitsknelpunten het Rijk een regierol heeft. Het Rijk is verantwoordelijk voor het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water, de Nitraatrichtlijn en de regelgeving rond gewasbescherming.

Neem vanuit het Rijk de verantwoordelijkheid op bij de aanpak van waterkwaliteitsknelpunten vanuit de landbouw, o.a. in het kader van de Europese verplich­tingen.