GWSW soorten

https://data.gwsw.nl/1.6.1/Basis/index.html?menu_item=classes

Ding (deelmodel Basis)
Activiteit
Fysiek object
Informatiedrager
Kenmerk
Levensvorm
Materie
Ruimte
Topologisch element
Soortenboom en gebruikte iconen

Gebruik de soortenboom in het linker deelvenster om GWSW-klassen te doorlopen. Bij het aanklikken van een GWSW-klasse in het linker deelvenster verschijnt de inhoud ervan in dit deelvenster.

Om de structuur te verduidelijken worden aan de GWSW-klassen verschillende iconen gekoppeld. De kleur van een icoon geeft aan op welke wijze de klasse zich onderscheidt binnen de soortenboom.

De klasse heeft onderscheidende kenmerken van het type Doel, Toepassing of Functie.
De klasse bezit wel onderscheidende kenmerken maar niet van het type Doel, Toepassing of Functie. Bijvoorbeeld het onderscheid in type uitvoering.
De klasse heeft geen of alleen (van het supertype) geërfde onderscheidende kenmerken.
Inhoud per klasse

Per klasse wordt de inhoud gerubriceerd weergegeven:

De voorkeursnaam van de klasse met eventuele synoniemen en coderingen.
De URI beschijft de te hanteren klassenaam in het webadres (URL).

Naam
Synoniem
URI
Codering

De uitgeschreven definities van de klasse zoals die is opgenomen in normbladen (of andere externe relevante bronnen), de definitie van de klasse die met het ontwerp van het GWSW is toegevoegd en de verwijzing naar aanvullende informatie.

Externe definitie
Interne definitie
Zie ook URL

Algemene notities (“annotaties”) bij de klasse.
Het waardetype beschrijft de te gebruiken eenheid in GWSW-datasets of de te gebruiken collectie (met domeinwaarden)
De datum start/wijziging geeft het moment aan waarop de klasse in het GWSW is opgenomen of gewijzigd.

Opmerking
Waardetype
Datum start/wijz

De zogenaamde onderscheidende kenmerken. Bij de bouw van het GWSW worden de definities zoveel mogelijk expliciet gemaakt met deze kenmerken. Deze expliciete definitie vormt de basis voor de structurering van de soortenboom. Het “+” teken voorafgaand aan een onderscheidend kenmerk geeft aan dat die is geërfd van een supertype.

Doel
Toepassing
Functie
Uitvoering
Technologie

De relaties die de klasse met andere klassen heeft.

  • Het “+” teken voorafgaand aan de naam van een gerelateerde klasse geeft aan dat de relatie is geërfd van een supertype.
  • De aanduiding [max = 1], [min = 1] geeft aan hoe vaak de relatie tussen de klassen kan voorkomen.
  • De aanduiding [inverse] geeft aan dat de relatie in omgekeerde richting geldt.
Heeft kenmerk
Heeft invoer
Heeft uitvoer
Heeft deel
Heeft verbinding

Het type (van het ding in de werkelijkheid), de supertypes (de generalisatie van de klasse) en de subtypes (de specialisatie van de klasse).

Is van type
Heeft supertype
Heeft subtype
Meer over de soortenboom

Een soortenboom wordt ook wel taxonomie genoemd. Het is de belangrijkste structuur in het GWSW-datamodel, opgebouwd uit concepten die een klasse (soort) zijn. In de GWSW-hiërarchie gebruiken we de termen Supertype – Klasse – Subtype. Een subtype is de “specialisatie” van de klasse, het supertype is de “generalisatie” van de klasse. Bijvoorbeeld is een stuwput een subtype van rioolput.